Lisdodde als oplossing voor boer, milieu en woningbouw
- 6 feb
- 6 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 19 feb

In de biobased ingerichte schuur van de Groene Griffioen, in het buitengebied van de Gooi en Vechtstreek, kwamen gisteren een vijftiental boeren samen met het Waterschap en het lisdodde projectteam. Het doel? Eén of meerdere hectare van hun landbouwgrond inrichten voor de natte teelt van lisdodde.
Het werd een open gesprek over wat deze natte teelt betekent: voor het land, het verdienmodel, de afzet en toepassing. Ook de organisatie van de productieketen kwam aan bod, evenals financiële en praktische ondersteuning vanuit fondsen zoals Rabobank Midden-Nederland en gemeente Gooise Meren. Een van de voorlopers in Nederland is boer Wilko Kemp uit Ankeveen. De Gooi- en Eemlander publiceerde woensdag een uitgebreid artikel over ons project en interviewde Wilko en onze projectleider Dora Vancso. Hieronder lees je het artikel, dat wij met toestemming konden overnemen.
Lisdodde als oplossing voor boer, milieu en woningbouw
De lisdodde, bekend door zijn sigaren, is een bekende plant langs waterkanten en in drassig gebied. Deze rietsoort lijkt nu de oplossing voor verschillende problemen. Het biedt boeren een alternatieve teelt op veenweides, het gaat de uitstoot van CO2 tegen en van de stengels kan isolatiemateriaal worden gemaakt. Boer Wilko Kemp uit Wijdemeren experimenteert al zes jaar met de lisdodde. "Ik was sceptisch, maar inmiddels ben ik overtuigd dat dit kan werken.”

Op een koude januari ochtend is het een drukte van belang langs de Herenweg in Ankeveen. Een enorme vrachtwagen met container staat op de oprit naar een weiland. Diverse auto’s er omheen. Verderop, in het drassige veld, ronkt een snijmachine die de lisdodde van Wilko Kemp oogst. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is aanwezig net als de Radboud universiteit en het Louis Bolk instituut voor duurzame landbouw. Kemp zorgt voor koffie, thee en koekjes.
De lisdodde is ’hot’, zo blijkt. Deze veel voorkomende plant wordt sinds enkele jaren gezien als een oplossing voor meerdere ’problemen’. Dat is precies de reden dat het waterschap, dat in en rond Amsterdam het water in sloten, rivieren en plassen op peil houdt, een jaar of negen geleden aanklopte bij Kemp met de vraag of hij mee wilde doen aan een proef met zogeheten natte teelt. Een deel van Kemps grond is namelijk veenweide die langzaam verzakt. „Iedere tien jaar paste Waternet het waterpeil daarop aan, maar het werd een race naar beneden die niet meer stopt, want het veen blijft zakken. Waternet besloot op een bepaald moment het waterpeil daar niet meer op aan te passen. Een steeds lager grondwaterpeil levert namelijk weer andere problemen op. Maar het gevolg is wel dat mijn weilanden steeds drassiger worden, waardoor koeien daar op den duur niet meer kunnen grazen”, legt Kemp uit.
Veelbelovend
Niets doen helpt de boer niet, maar is ook niet goed voor het milieu. In veen zit veel CO2 opgeslagen, als veen inklinkt en bloot komt te liggen doordat het niet gebruikt wordt, komt die CO2 vrij. Als oplossing bood Waternet daarom Kemp een proef met natte teelt aan. Gewassen die het goed doen op een natte ondergrond, zoals riet, veenmos of lisdodde. Die laatste bleek het meest veelbelovend. „Heel eerlijk, ik was niet meteen overtuigd. Sceptisch zelfs”, zegt Kemp met een lachje. „Het was de eerste periode behoorlijk arbeidsintensief in verhouding tot wat het opbrengt. Je moet een dijk aanleggen om je veld om het water vast te houden. Op het eerste proefveld hebben we lisdodde gepoot. Een kweker had van zaadjes 40.000 kleine plantjes gekweekt. Het kostte ons met zeventien man twee dagen om ze allemaal te poten. Duur en arbeidsintensief. Daarna zijn we op een ander veld zelf gaan zaaien. Veel sneller, maar uiteindelijk groeide er op de helft van het veld niets.”
„Bleek dat het eigenlijk te hard had gewaaid tijdens het zaaien. Nu weken we de zaden vooraf zodat ze meteen naar de bodem zakken en kost het met drie man nog maar anderhalf uur om een heel veld te doen.” Kemp geeft meer voorbeelden van hoe de afgelopen zes jaar steeds weer iets nieuws werd geprobeerd of nieuwe inzichten werden opgedaan. Dat de maaimachine niet op het veen moet draaien, omdat de grond dan verdicht en er niets meer groeit. Dat het moment van oogsten nauw komt. Vroeg maaien zorgt voor meer opbrengst, maar maakt de droogtijd langer en daardoor het hele proces duurder. Niet gek dus dat Kemps drie proeflocaties regelmatig bezocht worden door universiteiten, studenten en wetenschappelijke organisaties, zoals nu tijdens het maaien. Ook staat er in het veld apparatuur die de CO2 uitstoot meet.

„Iedereen wil er van leren, want dit is potentieel interessant voor meerdere gebieden in Nederland. Je moet alleen wel geduld hebben in zo’n proces. Alles kost tijd en je loopt steeds weer tegen een andere uitdaging aan. Dit is het zesde seizoen dat we oogsten en weer staat er een nieuwe oogstmachine in het veld. Kleiner, lichter en deze machine houdt de stengels van de plant heel, de vorige hakte ze heel klein, maar daardoor stonden de werkers erg in het stof en hadden we veel plantverlies. Maar zoals je ziet hapert het hier en daar nog.”
Aan de machine is deze ochtend inderdaad meer gesleuteld dan dat er is gemaaid. De messen die de stengels snijden zijn ingesteld op een lisdoddeveld in Friesland waar hij eerder is gebruikt. Deze afstelling blijkt in Ankeveen minder goed te werken, omdat het gewas hier veel massaler is. De rietstengels blijven steken, waardoor de machine vastloopt. Maar ondanks alle haperingen en uitdagingen is Kemp inmiddels wel overtuigd van lisdodde als alternatief.
„Vooral omdat er vanuit verschillende kanten heel hard aan wordt getrokken om het te laten slagen. Ik ben nu ook aangehaakt bij een project vanuit de gemeente Gooise Meren (zie kader, red.). Zij zijn een samenwerkingsverband gestart met boeren uit de regio, een verwerker, een aannemer en een woningcorporatie om van de stengels met allemaal holtes isolatiemateriaal voor de woningbouw te maken. Als dat goed lukt, en daar lijkt het wel op, dan wordt de verbouw van lisdodde ook commercieel interessant”, aldus Kemp.
Lisdodde slaat op deze manier maar liefst vier vliegen in een klap. Kemp: „Het biedt mij als boer een alternatief voor grond die anders onbruikbaar wordt. Als de lisdodde eenmaal groeit, zorgen de wortels ervoor dat het veen zelfs iets aangroeit. Het houdt CO2 vast en je kunt er producten van maken die commercieel interessant zijn. Bovendien is dat isolatiemateriaal een volledig natuurproduct.”
Baggerdepots
Kemp is zelfs al aan het kijken op welke manier er uitgebreid kan worden met het aantal hectare lisdodde. Hij denkt daarbij aan de baggerdepots die zijn ontstaan na het uitbaggeren van de oostelijke Vechtplassen in Wijdemeren. „Die depots liggen er wel een tijd en kunnen prima dienen als ondergrond. Maar daar zijn ook weer allemaal vergunningen voor nodig, dus het is niet een, twee, drie rond.”
Nu de lisdodde groeit, heeft Kemp er relatief weinig omkijken naar. Alleen in de zomer bij hittegolven is het opletten geblazen. De grond moet wel nat blijven. Dat regelt hij met vier pompen die rond het veld staan. „Het is nu vooral heel leuk om mee te werken en hier een geslaagd project van te maken. Ik hoop dat op den duur nog meer boeren gaan aanhaken. Ik kan ze voorzien van tips, want als ik nu een nieuw veld zou kunnen aanleggen zou ik veel zaken anders doen.”
KADER
Lisdoddeproject Gooise Meren: van land tot pand
Steeds meer partijen zien de potentie van natte teelt en dan met name de lisdodde. De gemeente Gooise Meren is twee jaar geleden een samenwerkingsverband gestart voor een regionale lisdodde isolatiemateriaalketen. Drie lokale boeren, Wilko Kemp, Chiel Pronk en Frans-Jan ter Beek, twee lokale aannemers, Coen Hagendoorn en B.V. Intersell, woningcorporatie de Alliantie en een verwerker, de Struunhoeve, werken samen om de lisdodde ’van land naar pand’ te krijgen.

De gemeente Gooise Meren was tot dit jaar de aanjager van het project, maar heeft dat stokje overgedragen aan Stichting Gerben Struik, die zich inzet voor een gezonde en klimaatvriendelijke toekomst in Gooise Meren. „De stip op de horizon is dat er in 2030, 85 hectare aan lisdodde kan worden geoogst”, vertelt Dora Vancso van de stichting. „Onderweg komen we nog wel wat uitdagingen tegen, zoals (Europese) wetgeving over waar en hoe je wat mag telen als boer. Maar ook hoe je dit commercieel aantrekkelijk maakt voor boeren, bijvoorbeeld door een financiële beloning voor de positieve maatschappelijke effecten. Lisdodde teelt is namelijk goed voor het milieu, maar je gaat niet rondkomen van alleen de verkoop van de stengels.”
De stichting is druk met fondsenwerving en heeft er inmiddels ook al een aantal binnengehaald. Daarmee kunnen ze boeren die willen aanhaken een financieel steuntje in de rug geven. „We kunnen namelijk altijd meer boeren gebruiken die deze overstap willen maken, maar het moet dan wel financieel aantrekkelijk voor ze zijn. Eenmaal overgestapt naar natte teelt, kun je niet makkelijk meer terug.”
Ondertussen wordt ook verder geëxperimenteerd met het isolatiemateriaal wat van de
lisdoddestengels wordt gemaakt. Nu gaat het nog om vulsel dat in spouwmuren wordt gespoten, maar uiteindelijk is het de bedoeling ook isolatieplaten te maken. Vancso: „We verwachten dit jaar bij de eerste woningen van de woningcorporatie het lisdodde isolatiemateriaal te gebruiken.”
Meer informatie en gerelateerde artikelen vind je op stgerbenstruik.nl/lisdodde
